‘Ik vind het met de auto al ver’

‘Ik vind het met de auto al ver’, zei iemand. Dat klopt. Tweeënveertig kilometer is een heel eind. En al helemaal als je zo’n eind moet hardlopen. Toch zijn er mensen die het doen. Na een geweldige knal van het kanon van de Stadskanonniers waagden zich zondag 10 juni zo’n honderdzeventig mannen en vrouwen aan de koningsafstand van de atletiek. Als je start in het hart van onze stad, bij de Onze Lieve Vrouwetoren, kom je na 42 kilometer al rennend uit in Arnhem. Of in Woerden, of Geldermalsen. Dat kan niet gezond zijn wordt dan gezegd. En toch is het dat wel.

We bewegen te weinig, we spannen ons nauwelijks meer in. We worden niet meer moe. De grootste vijanden van ons leven omarmen we dagelijks als onze grootste vrienden: de auto, de brommer en sinds kort ook de fiets. Want hoewel fietsen altijd gelijk stond aan inspanning, is deze gespaakte tweewieler tegenwoordig vrijwel altijd voorzien van een batterij. En hiermee komt dus ook een einde aan de fiets als gezond alternatief.

Met het niet meer moe worden breng je ook meteen de euforie om zeep. Want inspanning en vooral hardlopen geeft een enorme boost aan je geest. Sommige wetenschappers gaan zelfs zover te beweren dat je er slimmer van wordt. Of anders gezegd; je wordt dommer van een e-bike. Van een auto en een brommer werden we het al. Hoewel hardlopers direct na het afleggen van een marathon nauwelijks in staat zijn ook maar één zinnige zinsnede te berde te brengen, blijkt uit onderzoek dat het opnemend vermogen van de geest sterk wordt verbeterd door het lichaam flink af te peigeren.

‘Anima Sana In Corpore Sano, oftewel ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’.’ Deze slogan vormt de grondstof van het Japanse sportmerk Asics en onderschrijft de gedachte dat lichaam en geest één zijn en elkaar beïnvloeden. Als je het van de wetenschappers niet aanneemt en ook niet van de Japanners, neem het dan aan van mij. En zie wat het effect is als je op zondag 16 juni 2019 de meet van de Marathon Amersfoort bent gepasseerd. Euforie!

Jaap Hengeveld

deze column is geplaatst in de zomer editie van Kei in Sport, de nieuwe sportkrant van Amersfoort