Stand van zaken begin oktober
Hierbij een update over hoe het lopen nu zoal gaat. Wisselend, waarbij het aantal keren ‘lekker gelopen’ in de meerderheid is ten opzichte van ‘ruk gelopen’. Voor de wat meer fijn besnaarde lezers: ‘ruk gelopen’ is hetzelfde als ‘slecht gelopen’ of ‘dat ging voor geen meter’ of ‘waardeloze training’ of ‘wat was dat een klote training’ … kies maar wat het beste bij je past.
Vorige week ging het redelijk lekker, alleen de tempo’s op donderdagavond, 5 x (90”-60”-45”-30”) gingen moeizaam. Toen ik de deur uitging wist ik dat eigenlijk al, de onderrug zat enigszins vast. Waarschijnlijk door het zitten achter het buro. Maar goed, het gevoel was minder en soms wil dat bij een tempotraining zomaar voorbij zijn. Nou, dit keer niet. De tempo’s heb ik allemaal keurig afgewerkt, maar voor mijn gevoel zakte ik zowel door het linkerbeen als klapte het rechterbeen weg. Snel vergeten die training.
Als ik alleen loop
gaat altijd alles anders
Afgelopen zondag liep ik mijn rondjes in het bos. Normaal samen met twee loopmaten, waardoor ik zeker niet te snel loop. Altijd goed een rustige training, hetgeen ook blijkt uit de rondetijden: een minuut of 7 over een rondje van 1300 meter. Dit keer was ik alleen, want de twee dissidenten waren een stuk fietsen. Als ik alleen loop gaat altijd alles anders. Het begin bestond uit 2 rondjes ‘warmdraaien’, maar wel in rondetijden ruim onder de 6 minuten. Dat is tegen alle verstandige hardloopregels in. Daarna was het rekken en strekken. En, ik geef het eerlijk toe, ook uitblazen, want die 2 rondjes hakken er ‘s morgens om 9 uur aardig in. Vervolgens was het tijd om de rondjes in een normaal tempo te lopen. Dat bleek… zo liep ik de rondjes inderdaad langzamer dan de eerste twee, maar dan nog gingen ze allemaal een stuk sneller dan 7 minuten. De rondetijden lagen tussen de 6.10 en 6.14. Maar dat kwam omdat het lopen zo lekker ging … bijna elk rondje leek het beter te gaan. En dan mag je wat mij betreft best te hard lopen, als het gevoel maar goed is. Kortom, een heerlijke training. Wel kreeg ik in de loop van de zondag spierpijn in beide bovenbenen, duidelijk een teken dat ik toch iets te snel had gelopen.
De volgende dag, maandag dus, liep ik weer in het bos, met een oude loopbekende. Dezelfde persoon die vroeger, toen ik op woensdag mijn baantrainingen bij de oranjen ‘deed’, altijd het tempo aangaf. En wee je gebeente dat je een seconde te hard liep, dan kon je bij wijze van spreken direct een langzamer groepje opzoeken. Met deze oud-topper (marathon-pr van ruim onder de 2 uur en 30 minuten) liep ik de rondjes in iets minder dan 7 minuten. Prima dus, alleen de spierpijn was nog wel aanwezig. Kortom, weer een lekkere training.
Daarom durf ik te zeggen dat het de goede kant op lijkt te gaan. Maar … en nu komt het kritische deel (dan wel negatieve, maar dat is te negatief gesteld): probeer ik even wat sneller te lopen dan voel ik dat de kwalen echt niet over zijn. Juichen is te vroeg, maar het is echt wel beter dan eind vorig jaar en begin dit jaar.
Joost.
enne, wordt vervolgd …
